Verslagen

Een drukke avond, maar niet vanwege de interne competitie. In de L-zaal speelden het tweede en het vierde team een externe wedstrijd. Niettemin werden er negen partijen voor de interne competitie gespeeld.

Hendrik Steffers - Albert Kool

In een rustige openingsopzet met een stevig wit bolwerk op de zwarte velden en een loper op f4 besloot zwart al vroeg in de partij op aanval te spelen door met h7-h6 en g7-g5 achter de loper aan te jagen. Toen de loper even later geruild was, besloot zwart het centrum met e6-e5 open te breken. Helaas had wit het sterke Pxd5 achter de hand, waardoor wit snel tot aanval kwam tegen een nog niet gerokeerde zwarte koning. De aanval was oersterk en bezorgde wit al snel het volle punt.  1-0

Peter Ketting - Rob Felix

In een normaal rustige stelling besloot wit al in een vroeg stadium met g2-g4 de aanval in te zetten. Zwart had pionnen op c5 en d5 neergezet en opende voor zichzelf de c-lijn. Vervolgens vatte hij het witte plan bij de horens door f7-f5 te spelen. Hierdoor kwam de f-lijn open, en na een stukruil op e4 kreeg zwart behalve de f-lijn definitief alle witte centrumvelden in handen. Daartegenover had wit de zwarte centrumvelden stevig onder controle. Toen na dameruil de f-lijn door zwart sterk bezet was, moest wit met hand en tand verdedigen om de stelling bij elkaar te houden, maar uiteindelijk kreeg wit waar hij voor gewerkt had.  ½-½

 

Roger van Groesen - Frans Hoynck van Papendrecht

In deze partij besloot zwart flinke druk op de witte centrumvelden uit te oefenen door pionnen op f5 en e6 te zetten en later een paard naar e4 te spelen. Wit wist dit paard op te ruimen, waarna zwart een open f-lijn kreeg.

Wit bouwde vervolgens een goed gecoördineerde stelling op. Nadat het centrum open kwam, werd de stelling complex, maar beide spelers speelden zorgvuldig hun kaarten. Na de liquidatie had zwart een iets actievere samenwerking tussen toren en dame, maar wel een iets minder veilige koningsstelling en drie versnipperde pionnen. Wit ging echter te ver en liet de eigen koning onbeschermd, zodat zwart plotseling zijn kans zag om een directe mataanval tegen de witte koning te ontketenen. 0-1

Jelle Bulthuis - Tony Goudriaan

In een strategisch gevecht raakten de c- en d-lijn al vlug open. Wit posteerde de lopers op b2 en b3, vanwaar ze een verscholen bedreiging voor de zwarte koning betekenden. Zwart ontwikkelde harmonieus, maar had toch iets minder mogelijkheden.  Wit trok ten aanval met f2-f4 en een paard op g5. Zwart verdedigde zich met f7-f5 en h7-h6. Wit offerde een stuk en manoeuvreerde een toren over de hiermee open gekomen h-lijn. Door de samenwerking met de twee sluipschutters op b2 en b3 bracht dit een snelle beslissing: zwart wachtte het inmiddels onafwendbare dameverlies niet meer af.  1-0

Timo van Peursen - Hans Knigge

In een partij met een stevige witte grip op de zwarte velden en een zwart c7-c5 om wits stelling te ondermijnen, werden al snel de witte d- en e-pionnen geruild voor de zwarte c- en d-pionnen. De gewaagde lange rokade van zwart werd onmiddellijk beantwoord met een pionnenstorm op dezelfde vleugel. Onderweg viel de witte pion op c3, maar dit opende wel de c-lijn voor de witte torens tegen de zwarte koning, en de zwarte loper op c7 kwam in een vervelende penning te staan. Nadat de dames geruild waren, kostte deze penning zwart een stuk tegen twee pionnen. Wit bleef echter de druk op de zwarte stelling houden, en nadat de stelling voldoende afgewikkeld was en er een nieuwe witte dame op het bord verscheen, vond zwart het genoeg. 1-0

Thomas de Ruiter - Jerrel Thakoerdien

In een vlijmscherp gambiet leverde wit twee pionnen in voor snelle aanvalskansen tegen de niet gerokeerde zwarte koning. Nadat wit op f7 geslagen had en Pb1-d2 deed, wist zwart met Df4! twee stukken aan te vallen, zodat wit zijn gevaarlijke loper moest ruilen.  Wit bleef creatief spelen en liet op d2 een aangevallen stuk staan om extra aanvalskansen te creëren. Zwart liet het stuk wijselijk met rust en stuurde aan op liquidatie van de stelling, met de bedoeling in een eindspel met een pion meer te belanden. Aldus geschiedde; het eindspel met torens en gelijke lopers werd verder vereenvoudigd tot een toreneindspel waarin de ver opgerukte zwarte vrijpionnen op de c- en d-lijn de beslissing brachten.  0-1

Erik van Dop - Marco de Groot

Zwart stelde zijn beide lopers op de lange diagonalen op en hield de centrumpionnen nog even op hun startveld. Hoewel wit hierdoor gewoonlijk veel ruimte krijgt, is het moeilijk te anticiperen wat zwart gaat doen. Dit was in deze partij ook aan de hand, en wit besloot hierdoor zijn eigen plan op te zetten. Met een vroeg g2-g4 mikte wit op een overrompeling van de zwarte koningsvleugel. Het pushen van de g-pion naar g5 zorgde dat het zwarte paard op h5 in gevaar kwam. Daartegenover stond dat wits paard op d5 ook voor het oprapen stond.

Na de indirecte ruil van de paarden wist zwart de gehele stelling te compliceren. Zwart verkreeg tijdens de complicaties het loperpaar, en na het in veiligheid brengen van de eigen koning kon hij ook zoeken naar mogelijkheden om de stoutmoedige witte pionzetten van het begin van de partij af te straffen. Toen alle stofwolken opgetrokken waren en zwart uiteindelijk met twee pluspionnen overbleef, streek wit spoedig de vlag.  0-1

Atze Metz - Stijn Gieben

Wit kreeg in deze partij al vlug een flink centrum, maar zwart kreeg hierdoor een concreet aanvalsobject. Lange tijd was het de vraag of het witte centrum stand zou houden of uiteindelijk zou bezwijken onder de zwarte druk. Zwart stelde alles in het werk om de stelling te compliceren met pionzetten naar b5, c5, e5 en f5, en wit probeerde steeds meer het spelterrein naar de koningsvleugel te verleggen.  Toen wits pion op e4 verdween, miste wit een mooie kans om met Pe2-g3 voordeel te verkrijgen. Daarna ging het - in combinatie met een groeiende tijdnood - snel bergafwaarts met de witte stelling. Behendig wist zwart af te wikkelen naar een gewonnen eindspel met twee pionnen meer, dat behendig werd binnengehaald.  0-1

Rob van Helvoort - Michaël van Liempt

In een min of meer symmetrische opstelling wist zwart de gevaarlijke loper op d3 te ruilen voor de zwarte loper op c8. Hierna kon zwart een iets beter middenspel in, en wist hij kansen op de damevleugel te creëren. Zwart verrekende zich, wat resulteerde in een ingewikkelde stelling met dame, loper en paard voor wit tegen dame, toren en twee pionnen voor zwart. Wit reageerde niet adequaat op het geniepige Kg8-f7, waardoor zwart een toren over de h-lijn de witte stelling in kon loodsen en schaamteloos op winst kon blijven spelen. Zwarts voordeel vergrootte door de aanvalskansen tegen de witte koning. Vanwege een groeiende tijdnood wist zwart echter de juiste zetten niet te vinden, waardoor wit een mogelijkheid vond met eeuwig schaak te ontsnappen.   ½-½

Beide externe teams wisten te winnen. Rijswijk 2 won met 5-3 van Lierse 1 en behoudt hiermee een gezonde tweede plaats op 1 punt achter de koploper; Rijswijk 4 won met 4-2 van DSC 8 en blijft ongedeeld aan kop staan.

Michaël van Liempt

Deze avond geen externe perikelen, dus de interne was druk bezet. Zo druk zelfs dat we de overweging moesten maken of we enkele partijen in de C-zaal ernaast zouden doen. Uiteindelijk was dit niet nodig: met een extra tafel in de L-zaal konden alle zeventien partijen beginnen.
 
Bauke Hoogland - Floris Lantzendörffer
 In een Franse opening werden beide zwarte lopers geruild tegen een loper en een paard van wit. Hoewel dit meestal voor zwart voordeel oplevert, liet de witspeler zien dat een loper ook in dichte stellingen soms een sterk stuk kan zijn.
Na dameruil voerde wit de druk tegen de zwarte pionnen op de damevleugel sterk op met a2-a4, waardoor de a-lijn open kwam voor de witte torens. Zwart bleek geen antwoord te hebben op het witte geweld en staakte de strijd voordat hij werd overrompeld. 1-0
 
Edwin Mulders - Hendrik Steffers
 In deze partij werd snel vereenvoudigd tot een middenspel waarin de dames en de c-, d- en e-pionnen verdwenen waren. Wit had iets actievere stukken en wist hierdoor het loperpaar te bemachtigen. Dit werd later verruild voor iets actievere torens en de hoop op aanknopingspunten. Zwart bleef echter stoïcijns overeind, en toen er in het eindspel met beiderzijds twee torens en ongelijke lopers geen aanknopingspunten meer waren, werd tot remise besloten. ½-½
 
 Albert Kool - Peter Ketting
 Zwart stelt een compact maar stevig centrum op tegen een gezonde witte ontwikkeling. Zwart besloot enthousiast de aanval op de witte koningsvleugel in te zetten met de g-pion. Hierdoor kwam de stelling op de koningsvleugel open, maar het was nog maar de vraag voor wie dit het meest gunstig was.
Zwart kreeg met zijn initiatief wel mooie open aanvalslijnen, maar daarvoor in ruil kreeg wit wat materiaal meer. Lange tijd leek het voor zwart verkeerd te gaan, totdat wit zijn belangrijkste verdediger met een taak teveel opzadelde en zwart ineens kon profiteren. 0-1
 
 
Bas van der Berg - Jelle Bulthuis
In een Semi-Slavische verdediging trok zwart vroeg ten strijde tegen de witte damevleugel. Wit zocht zijn heil aan de andere kant van het bord en wist met Pg5 druk op de zwarte stelling uit te oefenen. Deze druk werd versterkt met de manoeuvre van de dame naar h6 en later g7, waardoor positie van de zwarte koning op e8 onveilig werd. De koning besloot naar b7 te rennen, maar dat mocht niet meer baten. De witte aanval was te veel. 1-0
 
Alexander Cupido - Erik van Dop
In het Koningsgambiet, een opening waarin wit een pion opoffert voor een snelle ontwikkeling, kreeg wit snel een mooi centrum. In ruil voor de witte activiteit kreeg zwart een enorme sloot aan pionnen op de koningsvleugel en een permanent kale witte koningsstelling. Wat weegt zwaarder: materieel voordeel of dynamisch voordeel?
Wit offerde met het venijnige Lxf7+ een stuk dat zwart niet mocht nemen omdat daarna de witte aanval beslissend zou worden. In plaats daarvan stuurde zwart aan op ruil van enkele stukken om de verdediging te verlichten. Na deze vereenvoudiging hield zwart nauwelijks materieel voordeel over, terwijl wit nog altijd aanvalskansen tegen de zwarte koning had. Deze aanvalskansen deden zwart uiteindelijk de das om. 1-0
 
Jan Kommer - Mireille Rubert
Wit had een rustige en harmonieuze openingsopzet, waartegen zwart een bolwerk in het centrum neerzette met pionnen op c5, d6 en e5 (een pionformatie die de naam van de voormalige wereldkampioen Botwinnik draagt). Na ruil van de paarden tastte wit het bolwerk aan met een sterke pionzet, die er tevens voor zorgde dat de lijnen voor de andere stukken richting de koningsvleugel open kwamen. Wit won op de koningsvleugel een toren tegen een loper, wat uiteindelijk voldoende materiaal bleek om de winst binnen te halen. 1-0
 
Henk van der Tol - Sebastiaan Ketting 
In een door beide fronten rustig opgezette partij kreeg wit een penning over de e-lijn tegen een nog niet gerokeerde zwarte koning. De ruil van enkele stukken zorgde ervoor dat zwart in het centrum kon consolideren, waarna er een gelijke stelling overbleef. Wit had echter nog steeds een voorsprong in ontwikkeling en wist zwart met de twee paarden flinke kopzorgen te bezorgen. Na de ruil van wat lichte stukken kwamen er zwaktes in de zwarte stelling, die door wit keurig werden uitgebuit. 1-0
 
Hans Knigge - Frans Hoynck van Papendrecht
 Zwart trok in deze partij fel van leer tegen een wellicht wat onhandige witte openingsopzet. Reeds vroeg in de partij had zwart een kwaliteit bemachtigd en bleef aanvalskansen tegen de witte koning houden omdat deze de natuurlijke bescherming van de f- en g-pion miste. In het middenspel bleef zwart een kwaliteit voorstaan en aanvalskansen tegen de witte koning houden. Wit vocht dapper tegen de zwarte dreigingen, maar uiteindelijk gaf het zwarte overwicht de doorslag. 0-1
 
Tony Goudriaan - Roel Leezer
 In een dicht centrum met witte dominantie op de zwarte centrumvelden tegen zwarte dominantie op de witte centrumvelden sloeg zwart vlug op c5. Later besloot wit de zwarte d-pion te betwisten met c2-c4 en ruil van de witte c-pion tegen zwarts damepion. Hierdoor kwam het zwarte spel op de damevleugel tot leven, waartegen wit hintte naar een aanval op de koningsvleugel met h2-h4. Het leek de vraag te worden wie eerder met de aanval zou zijn. De partij gaf voor deze vraag geen uitsluitsel: na een flink getouwtrek in het centrum werd uiteindelijk voor remise getekend. ½-½
 
Bart van Strien - Vincent Geerlings
 In deze partij gingen de dames vrij snel in de doos. Veel mensen hebben het idee dat dameruil de stelling vereenvoudigt (wat klopt) en dat daardoor het venijn uit de stelling gehaald werd (wat hier niet logischerwijs uit volgt). Deze partij toonde aan dat ook zonder dames de stelling gevaarlijk en vol aanvalskansen kan zitten. Zwart pakte veel ruimte in het centrum met d5-d4, waardoor wit een paard op e4 kon zetten. Hoewel de partij na pionnenruil op f3 in evenwicht was, was er nog steeds iets om voor te spelen. Wit had een pion op c5 weten te krijgen, die in combinatie met actieve stukken een druk op het veld d6 kon zetten. Maar zwart kreeg het initiatief en trok ten strijde op de koningsvleugel en wist met zijn paarden de witte pionnen op f3 en g3 zodanig te pesten dat de pionnen een zwakte gingen vertonen. Ondersteund door de twee zwarte lopers, waarbij Lf5 heel sterk was, kwam zwart even later een pion voor en wist dit voordeel later uit te bouwen tot winst. 0-1
 
Jerrel Thakoerdien - Michaël van Liempt
In een van twee kanten experimentele openingsopzet pakte wit veel ruimte in het centrum, terwijl zwart met man en macht probeerde om niet onder de voet gelopen te worden. De strategische contouren van het gevecht bleven lange tijd onduidelijk, hoewel wit wel met voordeel uit de opening kwam. Om iets tegen te werpen besloot zwart het centrum met d7-d5 op te blazen. De gevolgen van deze zet waren niet helemaal te overzien, maar zwart kreeg hierna wel tegenspel. De zwarte kansen op de damevleugel liepen stuk, terwijl aan de andere kant van het bord een snelle beslissing kwam. Met een elementair kwaliteitsoffer op f6 en een sluw tussenschaak met de dame op g4 werd de zaak vakkundig afgerond. 1-0
 
Marco de Groot - Stijn Gieben
 In een opening met een snel e7-e6 en c7-c5 van zwart ruilde wit op c6 een paard. Dit zorgde ervoor dat zwart een nieuwe c-pion kreeg die een nieuwe centrumdoorbraak met d7-d5 kon ondersteunen. Om dit plan te bemoeilijken speelde wit de loper naar g5 en ruilde op f6 het andere zwarte paard af. De gevolgen waren dat wit de zwarte koning permanent in het centrum kon houden en op f6 een permanent zwakke pion had om tegen te spelen; daartegenover stond dat zwart behalve het loperpaar ook de beschikking kreeg over een open g-lijn, die de torens goed konden benutten om een initiatief tegen de witte koning op g1 te ontketenen. Terwijl de witte aanval op de damevleugel niet doorsloeg, bleek de zwarte van orkaankracht: zwart verschafte zich middels een torenoffer op g2 toegang tot de witte koning, waarna de gecombineerde kracht van zwarts toren, lopers en pion winnend bleek. 0-1
 
Timo van Peursen - Doeke Huitema
 Zwart stelde zich in deze partij compact maar stevig op. Wit kreeg hierdoor veel ruimte over het gehele bord, verschafte zich een open d-lijn en trok met c4-c5 het centrum open. Wit vergrootte de druk op de zwarte damevleugel, maar daartegenover kreeg zwart controle over de witte centrumvelden. Na de ruil van de lichte stukken verdween zwarts h-pion van het bord. Het is in zo'n geval altijd maar de vraag wat er zwaarder weegt: het materiaal van een pion of de open lijn die de pion achterlaat. In dit geval wist zwart snel en efficiënt de stukken op de h-lijn te concentreren tegen de witte koning, die hiermee in gevaar kwam. Wit leek echter aan het langste eind te trekken toen hij erin slaagde een aanval tegen de zwarte koning in te zetten, maar dit bleek geen juist stellingsoordeel. Aan het eind van de avond wist zwart met dame en toren een matnet rond de witte koning dicht te knopen. 0-1
 
 
Davo van Peursen - Harry van der Stap
Wit gaf in een min of meer gelijke stelling snel de spanning in het centrum op door c4-c5 te spelen. Deze manier van ruimte pakken resulteert er vaak in dat de rek uit de witte stelling gaat en zwart overblijft met een stevige centrumstelling en een vrijbrief om zelf een initiatief tegen de witte pionstelling voor te bereiden. Wit weet in deze partij echter de aandacht op de damevleugel vast te houden, waardoor zwart moest verdedigen. De opening van enkele lijnen bracht wit verder in het voordeel, en enige tijd later wist wit ook in het centrum een ver opgespeelde pion te verkrijgen. Door de ruil van meerdere stukken werd de uiteindelijke betekenis van de ver opgespeelde witte pionnen steeds groter. Toen de hele stelling afgewikkeld was, trok wit uiteindelijk aan het langste eind: na ruil van de laatste toren stond de zwarte koning te ver weg om de witte c-pion tegen te houden. 1-0
 
Atze Metz - Rob van Helvoort
In deze partij nam wit het centrum in handen door de pionnen op d4 en c4 te zetten. Zwart bereidde in de tussentijd een eigen centrumstoot voor door eerst de zwartveldige loper op c3 te ruilen voor het witte damepaard en vervolgens de pionnen op de zwarte velden d6 en e5 te zetten. Toen de d-lijn geopend werd en zwart met e5-e4 weliswaar meer ruimte had gepakt maar ook zijn stelling enigszins had gecompromitteerd, volgde een lange slijtageslag waarin bijna alle stukken werden geruild en er alleen maar witveldige lopers en pionnen op het bord overbleven. Wit wist een pion te bemachtigen, maar zwart had een vrijpion. Met een handige truc wist zwart de lopers te ruilen en een pion naar de overkant te brengen. Wit kreeg echter een vrijpion op h7, waardoor zwart lichtelijk in de war raakte. Geplaagd door de klok, besloot zwart de gehele koningsvleugel op te ruimen en er een race voor de a-pion van te maken. Hierbij had hij zich echter verrekend, en de witte koning was precies op tijd terug om te voorkómen dat de zwarte a-pion door zou lopen. ½-½
 
Roelof van Marle - Yuri Hauser
In een rustige openingsopzet tastte zwart vrij snel het witte centrum aan met d7-d5. Na de lange rokade van zwart blijft hij over met een pion op e3, die bij gebrek aan ondersteuning een zekere zwakte begon te vertonen. Toen deze na een onnauwkeurigheid van wit geruild werd voor de zwarte f-pion, werd de stelling voor zwart iets prettiger, maar wit hield nog steeds voordeel op de damevleugel doordat het witte initiatief verder ontwikkeld was dan het zwarte. Na een flink aantal verwikkelingen, ruil van veel stukken en een groeiende tijdsdruk van zwart kwam wit een stuk voor. Beide spelers misten op hetzelfde ingewikkelde moment een mogelijkheid om de dame van de tegenstander te winnen, waardoor het extra stuk uiteindelijk de beslissende factor bleek. 1-0
 
Peter Gaemers - Hans Hulshof
In een spannende partij ging zwart zeer vroeg in op de aangeboden witte c-pion. Zwart trok vervolgens op de damevleugel ten strijde en leek een exclusief feestje op de a-, b- en c-lijn te hebben georganiseerd. De zwarte koning was echter niet uitgenodigd en bleef eenzaam op e8 staan, waartegen wit de loper op f6 en de dame op h6 wist te krijgen. Toen het feestje op de damevleugel was afgelopen, resteerde een toreneindspel waarin wit twee pionnen minder had. Hij probeerde met schaakjes en een actief pionoffer f4-f5 de stelling nog te compliceren, maar de twee zwarte vrijpionnen op de damevleugel, ondersteund door de toren, bleken voor de witte koning en toren toch teveel van het goede. 0-1
 
Michaël van Liempt
 
 
 
Een drukke avond op de vereniging wederom. Het derde speelde een externe competitiewedstrijd tegen SHTV (waarvoor jullie verslaggever ook nog eens wedstrijdleider was), dus er ontbraken in de interne competitie wat van onze smaakmakers. Niettemin hadden we dertien partijen aan de gang.
 
Valerie Janssen - Sebastiaan Ketting 
In het damegambiet werd vroeg op d5 geruild. Gedurende de hele partij is het evenwicht in de stelling niet noemenswaardig veranderd, en hoewel er van beide kanten allicht nog iets in de stelling had gezeten om voor te spelen, werd tot remise besloten. ½-½
 
Tomás Gallardo Bañez - Stijn Gieben
In een Engelse partij werd vroeg de witte c-pion voor de zwarte d-pion geruild. Hiermee verschafte zwart zich mooie open lijnen voor zijn stukken en een goed paard op d5. Wit pakte het daarna onhandig aan, en een goed getimed Lc8-g4 van zwart maakte bracht wit zodanig in de problemen dat hij zich genoodzaakt voelde de vlag te strijken. 0-1
 
Mireille Rubert - Albert Kool
 In een damepionopening waarin wit de loper naar de lange diagonaal ontwikkeld had, bereidde zwart sluw de ruil van deze loper voor door de eigen witveldige loper eerst te ondersteunen met de dame en daarna Lh3 te spelen. Wit rokeerde kort en zwart lang, waarmee beide partijen voor de aanval konden gaan.
Toen de stelling in het midden open kwam, kon wit een dubbele aanval uitvoeren. Daarna bleef wit het initiatief houden, en toen wit nog meer materiaal wist buit te maken, vond zwart het genoeg. 1-0
 
Joanna van Schaïk - Roelof van Marle
In een opening waarbij wit en zwart een loper op de lange diagonalen hadden gezet, kreeg wit de gelegenheid de zwarte loper op g7 te ruilen met een door de dame ondersteunde loperuitval naar h6. Hierdoor kreeg wit een paard op e5.
Verdere ruil van lopers en paarden onderstreepte dat de loper op c8 niet echt productief was. Maar ergens verrekende wit zich bij de massale liquidatie, want zwart hield een toren tegen een paard en een pion over. Hoewel zwart na Lxd5 nog stukwinst miste met Txc3, bleef de stelling voor zwart gewonnen. Aan het eind van de partij verrekende zwart zich en verloor een toren, zodat wit alsnog met een punt naar huis ging. 1-0
 
Michaël van Liempt - Marco de Groot
In de Grünfeld, een normaal gesproken scherpe opening waarin wit een machtig centrum krijgt en zwart daarmee een plan voor de rest van de partij krijgt, koos wit voor een minder bedreigende opstelling. Zwart kreeg daarmee de gelegenheid om het centrum open te gooien en kreeg hiermee een gezonde stelling.
Nadat van twee kanten de ontwikkeling voltooid was, kwam het met 17. e4 tot ingewikkelde complicaties, waarbij tot remise werd besloten omdat niemand meer kon zeggen wie er beter stond. ½-½
 
Jelle Bulthuis - Alexander Cupido
In een Spaanse partij met een vroeg f7-f5 waren er complicaties voordat beide partijen goed en wel uit de startblokken verdwenen waren. Wit kwam heel snel met de dame op h8 op bezoek, maar de dame had daar weinig perspectief op bevrijding. Wit moest uiteindelijk materiaal geven om de dame niet te verliezen, en de stelling verwerd tot een eindspel met voor wit wit twee torens en een paar extra pionnen, en voor zwart zwart een toren, loper en paard. Een van de witte pionnen sneuvelde, waar wit een penning over de d-lijn voor terugkreeg.
Toen beide koningen geactiveerd waren, bleek dat het eindspel dynamisch in evenwicht was.½-½
 
Thomas de Ruiter - Bas van der Berg
Een getouwtrek in het centrum leidde uiteindelijk tot een stelling waarin wit een geïsoleerde damepion had en zwart iets minder ruimte. Het opspelen van de pion, normaal gesproken een plan om naar uit te kijken, bleek in dit geval vooral zwart kansen te geven. Toen de pion verloren ging, kreeg wit wel wat compensatie in de vorm van actieve stukken en ongelijke lopers, maar zwart wist alle dreigingen het hoofd te bieden. Toen wit daarna een stuk weg gaf, was het pleit beslecht. 0-1
 
Vincent Geerlings - Harry van der Stap
 Ook in deze partij was er sprake van getouwtrek in het centrum dat leidde tot een stelling met een geïsoleerde damepion. Zwart wachtte in deze partij iets te lang met het voltooien van de ontwikkeling en betaalde daar een hoge prijs voor. Wit wist de stelling in het centrum te openen en kreeg daarmee aanvalskansen tegen een nog niet gerokeerde zwarte monarch, die vooral nog graag een pion op f7 had gehad. Zwart verdedigde zich dapper, maar de witte kansen bleken uiteindelijk teveel voor de zwarte stelling. 1-0
 
Jan Kommer - Henk van der Tol
 
Wit stelde zich op met beide lopers op de lange diagonalen, waarvoor zwart zich in het centrum compact opstelde. Wit begon met een iets actievere stelling, maar zwart had vooralsnog geen zwaktes.
De ruil van de paarden bracht verlichting voor de ietwat gedrongen zwarte stelling, en na de zwarte rokade was de stelling ongeveer in evenwicht. Maar plotseling ontging het wit in een klein moment van verstandsverbijstering dat veld d1 iets te vaak aangevallen stond, zodat hij een toren kwijtraakte en de handdoek in de ring kon gooien. 1-0
 
Peter Ketting - Yuri Hauser
 In een systeem waarin wit een gezonde en harmonieuze ontwikkeling nastreefde, liet hij het één zet te lang na om de loper op f4 met h2-h3 een schuilplaats te geven; zwart profiteerde hiervan door met het paard de loper af te ruilen en daarmee een verzwakking in de witte pionstructuur te bewerkstelligen. Na beiderzijds lange rokade werd het centrum het oorlogsterrein.
Wit wist op het juiste moment de spanning in het centrum op te heffen en nam een stuk mee. Met een stuk meer is het meestal wel handig om stukken te ruilen, maar daarbij geldt vaak ook: probeer zoveel mogelijk pionnen te behouden. Wit ruilde inderdaad veel stukken af, maar in het eindspel bleek het witte paard te korte benen te hebben om aan twee kanten mee te helpen. Hierdoor wist zwart uiteindelijk alle witte pionnen te ruilen, waardoor er voor beide partijen geen winst meer mogelijk was.  1/2 -1/2
  
Bart van Strien - Roel Leezer
In een opstelling van een pion op c4, een paard op c3 en een loper op g2 probeerde zwart een originele strategie na te streven: met de loper ruilen op c3 om aldus de witte pionstructuur te verzwakken en vervolgens alle aandacht te richten op de pion op c4. Dit had echter meer nadelen dan voordelen: met deze ruil waren de zwarte velden op de koningsvleugel chronisch verzwakt, en wit wist met de loper op h6 de witte rokade duurzaam te verhinderen. Met het verhinderen van de rokade kreeg wit ook een langdurig kansrijk initiatief tegen een zwarte koning die als een rat in de val zat. Met Pg5, Df6 en Td1 hing er een matnet in de lucht. Wit miste na een vernederende terugtocht van het zwarte paard een kans om de partij ogenblikkelijk te beslissen, en kort erna werd de partij op miraculeuze wijze remise. 1/2 - 1/2
 
Bauke Hoogland - Peter Gaemers
 In een opstelling met witte pionnen op e4 en f4 ruilde wit de witveldige loper voor een paard, met het doel om op de koningsvleugel snel tot aanval te komen. Met de sterke blokkadezet f7-f5 stopte zwart de witte opmars. Het positioneel ongelukkige e4-e5 maakte dat de witte zwartveldige loper de rest van de partij werkloos tegen de eigen pionnen aan mocht kijken. Zwart kreeg aldus een ijzeren greep op het centrum en kon naar hartenlust een doorbraak op de damevleugel voorbereiden. Ook de opoffering van een kwaliteit bood geen soelaas: toen zwart klaar stond om op de damevleugel het plan ten uitvoer te brengen, wachtte wit het noodlot niet meer af. 0-1
 
Jerrel Thakoerdien - Atze Metz
In de langste partij van de avond kwam een stelling op het bord waarin wit zich met d4-d5 ruimte in het centrum toe-eigende, maar waarvoor zwart in de plaats een meerderheid op de damevleugel kreeg die op lange termijn kon worden ondersteund door de loper op g7.
Wit manoeuvreerde een paard c4, dat er door een zwarte loper af werd geslagen. Terwijl wit een betonmuur op de witte velden neerzette, moest zwart laten zien dat het damepaard een toekomst in de partij had. Met b7-b5 bereidde zwart de dynamische kansen op de damevleugel voor, met het vooruitzicht om de pionnenmeerderheid op de damevleugel om te zetten in een vrijpion.
De ruil van de witveldige loper bracht de materiële zaken weer in evenwicht. Zwart moest secuur te werk gaan om de druk op de damevleugel te vergroten. Met de opmars van de b-pion naar b3 werd de witte b-pion op b2 vastgelegd en werd wit gedwongen tot een lange partij verdedigen.
Het enige zwakke punt in de zwarte stelling was de pion op d6, maar deze pion was vooralsnog niet in gevaar. Ook met een witte toren op a6 genoot de zwarte d-pion afdoende bescherming.
Lange tijd leek zwart aan het langste eind te trekken. Maar toen wit erin slaagde de zwarte loper te ruilen, keerden de kansen. Plotseling bleek de zwarte zwartveldige loper behalve een gevaarlijke moordenaar ook een belangrijke verdediger van de witte koning. De aanval leek uit het niets te komen: met f3-f4 en e4-e5 was het plotseling wit die de touwtjes in handen had, en na Pe4-f6+ en Dd2-c3 stortte de zwarte stelling ineens als een kaartenhuis in elkaar.  1-0
 
 
 
 
 
 
 
Rijswijk 1 HSB speelde een externe competitiewedstrijd, waardoor een flink deel van de topspelers niet in de interne competitie uitkwam. Onder leiding van Alexander speelden Jerrel, Tony, Rob, Frans, Marco, Atze, Hans en Hendrik tegen het eerste team van SHTV.
In de interne competitie waren er niettemin elf partijen aan de gang.
 
Jan Kommer - Albert Kool
 
Wit stelde zich op met c2-c4 en een vlugge ontwikkeling van de koningsvleugel. Zwart deed hetzelfde met de damevleugel. Zwart nam risico door snel het centrum met de d-pion open te breken voordat alle stukken ontwikkeld waren, en het was wit die daarvan wist te profiteren. 1-0
  
Joanna van Schaïk - Sebastiaan Ketting
 
Wit speelde met beide lopers op de lange diagonalen tegen een opstelling met de zwarte centrumpionnen op de witte velden. Zwart wist met ruil op c4 de d-lijn voor de zware stukken te openen, en met Dd3 kwam de witte stelling onder druk te staan.
Als je onder druk staat, dan wil het soms helpen om aanvallers te ruilen. Zwart speelde zeer snel en verslikte zich daarmee in de witte tegenkansen. Wit wist een eindspel van drie stukken tegen een toren over te houden. De toren kon in z'n eentje niet tegen de drie witte stukken op, en de zwarte pionnen vielen als rijpe appels. Toen wit twee stukken tegen de toren ruilde, was de e-pion niet meer te stoppen. 1-0
  
Valerie Janssen - Timo van Peursen
 
In een stelling waarin wit een bolwerk op de witte velden neerzette met pionnen op f3, e4, d5 en c4, oefende zwart controle uit over de zwarte centrumvelden met c5, d6 en een loper op g7. De witte koning bleef erg lang in het centrum staan, en zwart besloot met b7-b5 duurzaam een pion te offeren om de damevleugel open te scheuren. Het witte Lxb5 was zeer gewaagd, omdat daarmee de b-lijn open kwam en de zware stukken goed met de loper konden samenwerken om de witte damevleugel onder druk te zetten.
Na enkele verwikkelingen wist zwart uiteindelijk de belangrijke witte e-pion te winnen en bleef druk houden tegen de nog altijd niet gerokeerde witte koning. Wit probeerde met dameruil (en van lieverlee een rokade) de druk wat te verlichten en had een kleine troef in een vrije a-pion, die nog altijd in de startblokken stond. De activiteit van de zwarte stukken gaf uiteindelijk de doorslag: toen wit in het centrum ook nog een stuk kwijtraakte, was het pleit snel beslecht. 0-1
 
Edwin Mulders - Doeke Huitema
 
In een Siciliaanse partij speelde wit h2-h3 om stukken uit de buurt van g4 te houden. Zwart zette pionnen op a6 en b5 en speelde de lopers naar b7 en g7, vanaf waar ze druk op afstand tegen het centrum uitoefenden. Tegen een harmonieuze witte ontwikkeling kreeg zwart een invloedrijk paard op c4.
De opening mondde uit in een gecompliceerd middenspel waarin het (zoals in het Siciliaans heel vaak het geval is) maar de vraag was of wits overwicht aan terrein en voorsprong in ontwikkeling meer gewicht in de schaal legden dan de meerderheid aan centrumpionnen en legio strategische en dynamische mogelijkheden die zwart op zijn boog had.
Wit vatte het plan op om met b2-b4 en f2-f4 te proberen zwart onder de voet te lopen. Dit resulteerde in kwaliteitswinst, maar wit betaalde hier een hoge prijs voor. Hij had alle bruggen achter zich verbrand, en zwart genoeg tijd gegeven om het hele arsenaal tot leven te brengen. De gaten tussen de linies in het witte kamp waren een prooi voor de zwarte lichte stukken. Toen de witte kroonpion op e4 voor de bijl ging, gleed de witte stelling steeds verder af. Toen met e7-e5 de rest van de witte stelling uiteen werd gereten en wit kort daarna ook nog een stuk verloor, gooide de witspeler de handdoek in de ring. 0-1
 
Erik van Dop - Thomas de Ruiter
 
In een hybride variant van het Spaans en het Siciliaans ruilde wit op c6 een loper tegen een paard, zodat wit in ruil voor het loperpaar een verzwakking in de zwarte pionstelling had geforceerd. De zwarte koning bleef lange tijd onnodig in het centrum hangen, waardoor wit aardig wat druk op de zwarte stelling wist te krijgen. Zwart stelde zich in het centrum op als een bunker, zodat wit moest bewijzen dat zijn stelling meer waard was dan het loperpaar van zwart.
De witte paarden namen op c4 en e5 goede posities in, en de combinatie van de witte zware stukken op de e-lijn werd zwart wel heel heet onder de voeten. De halfopen b-lijn was onvoldoende compensatie voor de dreigingen rond de koning die zich op e7 steeds minder op zijn gemak begon te voelen. Toen zwart probeerde iets op de b-lijn te versieren, maakte wit dankbaar gebruik van de penning over de e-lijn, en met Te5xf5 had wit een doorgang gevonden. Zwart probeerde op de damevleugel nog spel te ontwikkelen, maar wit verdedigde secuur en wist af te wikkelen tot een toreneindspel met twee pionnen meer. Toen de promotie van de f-pion verzekerd was en kort daarna ook de a- en g-pion aan de wandel dreigden te gaan, hield zwart het voor gezien. 1-0
  
Henk van der Tol - Peter Ketting
 
In een Franse opening met een witte loper op g2 werd al vroeg op d5 geruild. Het strategische gevecht ging daarna om de controle over de open e-lijn. Zwart was met de dame naar b6 uitgevallen en had een mooi paard op e4 genesteld.
Toen wit het paard wist te ruilen en zwart met d5xe4 moest terugslaan, kreeg wit de gelegenheid om een sterk en flexibel centrum neer te zetten met pionnen op d4 en c4. Aan zwart was het nu de lastige taak om te zorgen dat de pion op e4 niet zwak zou worden.
Zwart trok ambitieus ten aanval met g7-g5, maar dit liet gaten achter de linies. Wit kreeg sterke grip op het centrum, terwijl zwart nog steeds aan de e-pion gebonden was. Vrijwel iedere stukkenruil was gunstig voor wit, omdat de e-pion daardoor steeds meer ondersteuning kwijtraakte. Toen zwart zag dat de e-pion niet meer te redden was, probeerde hij complicaties te scheppen. Wit kon echter profiteren van de verzwakkingen rond zwarts koning die zwart met de pionzet g7-g5 had geschapen. De zwarte koning werd naar het midden van het bord gejaagd, waar het spervuur van wits dame, toren en loper te sterk bleek. 1-0
  
Bas van der Berg - Bart van Strien
 
In deze partij besloot zwart om met de zet Pd5xc3 wit te dwingen tot b2xc3. Het witte centrum c3/d4/e4 dat hierdoor ontstond, zag er enorm machtig uit, maar zwart had hierdoor een aanvalsdoel waar hij de rest van de partij tegen kon spelen. De loper op g7 kreeg bijval van een pion op c5, een dame op a5, een toren op d8 en een paard op c6. Uiteindelijk besloot wit tot het opspelen van de d-pion naar d5. In ruil voor het opgeven van de controle over de zwarte velden in het centrum kreeg wit een sterk ruimtevoordeel met een nieuwe centrumformatie c4/d5/e4. Zwart wist de dames te ruilen, wat normaal gesproken in dit soort stellingen prettig is: op lange termijn kan de zwarte pionnenmeerderheid op de damevleugel in combinatie met de loper op g7 zorgen voor promotiedreigingen.
Wit besloot de stelling actief te behandelen: met f2-f4 dreigde zwart onder de voet gelopen te worden. Zwart besloot de witte pionnenlawine met e7-e5 en f7-f6 te stoppen, wat tot gevolg had dat wit een gedekte vrijpion op d5 kreeg en de loper op g7 nu geen actieradius meer had. Bovendien had wit veel druk tegen de achtergebleven pion op b6.
Zwart vond echter een nieuwe troef in de open activiteit over de open a-lijn. De ruil van zwarts meest actieve stukken tegen twee witte stukken leek in eerste instantie niets uit te halen, maar de verwikkelingen pakten goed uit voor zwart. Uiteindelijk werd geliquideerd naar een toreneindspel waarin zwart weliswaar twee pionnen meer had, maar er werd toch tot remise besloten.  1/2-1/2
  
 
Stijn Gieben - Michaël van Liempt
 
In een partij met de Semi-Slavische verdediging tegen het damegambiet opende wit routineus met een zorgvuldig voorbereid e3-e4 lijnen in het centrum. Zwart had veel moeite om een tegenactie tegen het witte centrumspel te vinden en kon eigenlijk alleen maar proberen zo lang mogelijk te blijven staan. De combinatie van de loper op b2, de pion op d4 en het paard op e5 betekende een permanente verlamming van de zwarte stelling, die later met c4-c5 nog verder werd ingesnoerd. Door de dreigende druk op de koningsvleugel bleek bovendien dat zwart te weinig bewegingsvrijheid had. In de tweefrontenoorlog wist wit de pion op b5 buit te maken, maar hierdoor kreeg zwart wel wat ruimte voor de witveldige loper die de de hele partij niets aan het doen was.
Als zwart niets zou doen, zou wit in alle rust een aanval opbouwen en zwart aan de zegekar binden; er moest dus iets gebeuren. Zwart zag de mogelijkheid enkele stukken te ruilen, waarmee beide partijen een dame en een loper van ongelijke kleur overhielden. In een eindspel vergroot dat de remisemarge, maar in een complexe stelling met aanvalsmogelijkheden vergroot het ook de winstkansen voor beide partijen. De zwarte dame wist in de witte stelling door te dringen, en de terugtocht van de loper naar e8 leverde enkele vitale tempi op die hard nodig waren om complicaties te kunnen scheppen. Toen zwart even later het venijnige d5-d4 op het bord had weten te krijgen, had zwart bereikt wat hij wilde en zat er voor wit weinig anders op dan eieren voor zijn geld te kiezen. 1/2-1/2
  
Hans Knigge - Rob Felix
 
Tegenover het compacte witte centrum met c3, d4, e4 en f3 van wit had zwart een stelling ingenomen met de loper op g7 en actieve doch ietwat gedrongen stukken. In zulke stellingen is het vaak de vraag of zwart op tijd zijn spel tot uitbarsting kan brengen.
Zwart vindt een actief plan met f7-f5 als counter op het witte plan met f3-f4. Nadat de e-pionnen indirect tegen elkaar geruild werden, kreeg zwart een pion op e4. De partij draaide er vervolgens om of die pion zwak zou worden of niet.
Zwart had een strategisch nadeel omdat de ver opgeschoven pion op lange termijn zwak zou kunnen gaan worden en omdat wit een stevige stelling had; wit had echter het nadeel dat zijn stukken nog niet echt samenwerkten en het paard op a3 vooralsnog weinig stond te doen. Wit had echter het betere spel toen de doorbraak d4-d5 alle centrumlijnen opende. In de verwikkelingen die de stelling daarna met zich meebracht, viel uiteindelijk de zwarte e-pion en daarmee het doek voor de zwarte stelling. 1-0
  
Vincent Geerlings - Peter Gaemers
 
In een merkwaardige partij kreeg zwart pionnen op e6, d5, c5 en b6 en een loper op b7, terwijl wit pionnen op e5 en b5 wist neer te zetten. De zwarte damevleugel raakte hierdoor behoorlijk klem. Zwart valt de witte pion op e5 aan met f7-f6, waarmee er meer ruimte voor de stukken kwam.
Zwart offerde een pion om de stukken goed te kunnen ontwikkelen. De tijd om de witte koningsvleugel te ontwikkelen werd echter besteed aan een ambitieus ogend maar weinig effectief h2-h4. Zwarts stukken kwamen actiever te staan dan hun witte tegenhangers, maar wit bleef nog altijd wel een pion voor. Ook nadat er enkele stukken geruild waren, had zwart met het actieve spel goede compensatie voor de pion. Het grootste probleem was echter de klok.
Toen beide spelers in tijdnood raakten, werd de stelling complex en was het verdere verloop van de partij nauwelijks te voorspellen. Uiteindelijk verzandde de stelling in een paardeneindspel waarin zwart een betekenisloze pion voor stond. 1/2-1/2
  
Goed nieuws vanuit de andere zaal:
Rijswijk 1 had met 6-2 gewonnen van SHTV1. Tony en Hendrik hadden remise, Atze verloor en de rest van het team won.
 
Harry van der Stap - Roger van Groesen
 
In een damepionopening met de loper op g5 speelde zwart een systeem met de loper op g7. De c-lijn ging vlug open en werd al snel het domein van de witte torens; zwart compliceerde de situatie in het centrum met een pion naar e5. In het middenspel ruilde wit op c6 een loper, waarmee zwart opgezadeld bleef met een permanent hulpbehoevend pionnetje op c6. Zwart wist echter de e-lijn te openen en kwam met de dame op e2 op bezoek. Na dameruil miste wit een mogelijkheid om met Lf4-e3 de toren op e2 in te sluiten, maar de witte druk over de c-lijn bleef sterk.
Met een kwaliteitsoffer kwam zwart uiteindelijk los en wist gevaarlijke dreigingen rond de witte koning in de stelling te brengen. Wit gaf de kwaliteit terug, waarna een interessant eindspel ontstond van toren en paard voor wit tegen toren en loper voor zwart. Wit moest het hebben van de pionnenmeerderheid op de damevleugel, terwijl zwart met toren en loper tegen de witte koning bleef spelen.
Het is erg moeilijk om met weinig tijd een complexe stelling nauwkeurig te spelen, en beide partijen kregen dan ook kansen. Aan het eind van de partij had wit een toren, paard en 1 pion tegen toren en 3 pionnen van zwart. Toen de witte pion tegen de drie zwarte pionnen geruild was, bleef alleen toren en paard tegen toren over. Theoretisch is dat remise, maar praktisch kan het een enorm verschil zijn.
Zwart verdedigde echter sterk, maar na een lange avond knap verdedigen aarzelde zwart op één moment te lang en zag prompt dat zijn vlag gevallen was. 1-0
 
 
 
 
 
 
Een avondje S.G. Rijswijk betekent een goed bezette interne competitie, met hopelijk (als het even kan) niet al te veel lawaai.
Het was een redelijk rustige avond vanavond. Roel was naar de Filipijnen om les te geven, zeven anderen hadden voor vanavond afgezegd, en het derde team (dat, zoals we dat graag zien, vrijwel integraal in de interne competitie uitkomt) speelde extern tegen Promotie in Zoetermeer.
Toch hadden we twaalf partijen aan de gang.
 
Rob van Helvoort - Thomas de Ruiter
 
In een Siciliaans met c3 werden de witte e- en d-pionnen geruild voor zwarts d- en c-pionnen.
Zwart kwam met een min of meer gelijke stand uit de opening. De vechtlust was vanavond helaas niet sterk genoeg om door te spelen, en al na 12 zetten werd de vrede getekend.
½-½
 
 
Yuri Hauser - Albert Kool
 
In een Philidor-opening werden snel de witveldige lopers geruild op e6. Zwart had hierdoor een extra e-pion maar ook wat zwaktes rond de koning. Wit probeerde hiervan te profiteren door de stelling te openen, maar liet daarbij een stuk hangen.
Nadat zwart (met een stuk meer) handig de meeste stukken wist te ruilen, leek hij aan het langste eind te trekken, totdat hij pardoes een toren verloor.
1-0
 
Peter Ketting - Jan Kommer
 
Wit speelde een systeem met d2-d4 en Lc1-f4, het zogeheten Londen-systeem. Zwart speelde een opstelling met de loper op g7.
Wit speelde snel h2-h4 om de aanval tegen de zwarte koning in te luiden, maar verlegde kort daarna het spelterrein naar het centrum. Dit werkte zwart in de hand. Zwart kreeg hierdoor meer bewegingsvrijheid en een actievere opstelling van zijn stukken, ook nadat de dames geruild waren. Maar heel even vergat zwart dat zijn pion op e7 een belangrijke verdedigende taak had.
1-0
 
Sebastiaan Ketting - Hans Hulshof
 
De Colle van wit (met pionnen op c3, d4 en e3) werd beantwoord met een draak-opstelling van zwart (pionnen op c5, d6 en g6, de loper op g7). De centrumpionnen werden snel afgeruild, en in de schermutselingen kreeg zwart het loperpaar. Zwart bracht met Lxc3 een mooi schijnoffer, dat wit niet aan kon nemen. Toen de stofwolken verdwenen waren, had zwart beide lopers geruild voor de witte paarden en daarbij een betere pionstructuur versierd. In het resterende toreneindspel bleek de versnipperde witte pionstructuur teveel van het goede.
0-1
 
Peter Gaemers - Jelle Bulthuis
 
Het leek in deze partij wel of alle pionnen graag op wit wilden staan. Tegen de witte opstelling met pionnen op c4 en b3 stonden de zwarte pionnen op d5, c6 en e6.
Wit was het eerst om in actie te komen. Hij pakte ruimte op de damevleugel met a3, b4 en c5. Uiteindelijk sloot zwart de damevleugel met b6-b5 af. De enige manier om dan nog verder te komen is om een lijn open te maken, en dat deed wit met b4xa5 en Tf1-b1. Wit stond klaar om de damevleugel weer open te maken, en daardoor was zwart gedwongen om het strijdtoneel te verleggen. Hij ging aan de slag op de koningsvleugel en wist daar genoeg complicaties te scheppen om remise te maken.
½-½
 
Tony Goudriaan - Marco de Groot
 
Zwart speelde een systeem met de loper op g7 tegen een witte opstelling met pionnen op f3, e4 en d4 en de loper op c4. Toen de pionnen d4 en e5 geruild werden, kreeg zwart een iets vrijere stelling voor zijn stukken. Zwart besloot de witveldige lopers op a2 te ruilen, wat tot consequentie had dat de toren lange tijd werkloos toe moest kijken.
Zwart kwam achter de linies en maakte dankbaar gebruik van de werkloosheid van de witte stukken op de damevleugel.
0-1
 
Michaël van Liempt - Alexander Cupido
 
In een opstelling met witte pionnen op d5 en e4 tegen zwarte pionnen op d6 en c5 speelde zwart snel de pion naar c4 op. Het voordeel was dat er een extra lijn naar de witte koning open kwam. Het nadeel was dat zwart hiermee een belangrijk deel van zijn invloed in het centrum opgaf. Zwart had bovendien niet genoeg stukken om een echte aanval op touw te zetten en hij zat nog altijd met een werkloze loper op c8 opgescheept. Ruil van twee stukken op e5 had hierop geen invloed, en zwart kon niet verhinderen dat de damevleugel werd ingesnoerd met a4-a5 en f2-f4.
Toen wit na ruil van alle actieve zwarte stukken met e4-e5 dwars door het zwarte centrum heen stootte, ging het snel bergafwaarts. De toren kwam op de zevende rij binnen en de witte vrijpion, die inmiddels op d7 stond, was onkwetsbaar geworden. Ook de opoffering van twee extra pionnen mocht niet meer baten. Na ruil van alle torens streek zwart de vlag omdat de witte vrijpionnen niet meer te stoppen waren.
1-0
  
Vincent Geerlings - Hendrik Steffers
 
In een Siciliaans speelde wit een pionoffer voor snelle ontwikkeling en open lijnen, dat door zwart geweigerd werd. In de stelling die resulteerde, had wit pionnen op d4 en e5 tegen zwarte pionnen op e6 en d5. Wit wilde in de aanval op de koningsvleugel met h2-h4, maar zwart pareerde dit met h7-h5. Op de damevleugel had wit nog steeds mogelijkheden en wist een paard op d6 te krijgen. De ruil van de dames onderstreepte het witte overwicht in de stelling, en de witte cavalerie stond zo actief dat zwart besloot een kwaliteit te geven. Zwart verdedigde zich kranig, maar het materiële overwicht gaf uiteindelijk de doorslag.
1-0
 
Harry van der Stap - Tomás Gallardo Bañez 
 
In een opstelling met d2-d4 en Lc1-g5 (de Torre-aanval) werd het centrum vrij snel opengebroken. Dit kwam vooral de zwarte stukken goed uit: de loper op b7 kreeg hierdoor uitzicht op de witte koningsstelling. Na de ruil van enkele stukken bleef wit met twee paarden tegen paard en loper zitten. Ruil van beide torens vergroot het voordeel van de loper, zeker als ook nog de dames geruild worden.
Het is technisch nog altijd een lastige klus om een eindspel met loper, paard en zes pionnen tegen twee paarden en zes pionnen te winnen, zeker als er geen vrijpion gemaakt kan worden en al helemaal als je weinig tijd op de klok hebt. Maar ook het secuur verdedigen is een lastige klus. Na een slordigheidje van zwart moest hij zijn loper ruilen tegen een van de witte paarden. Het resterende eindspel werd doorgespeeld tot er voor beide partijen geen winstmogelijkheden meer in zaten.
½-½
 
Bas van der Berg - Edwin Mulders
 
In deze partij gingen alle lopers naar de lange diagonalen. Zwart was het eerst om het centrum aan te vallen met c7-c5. Wit kon counteren met e2-e4. Nadat het centrum open ging, bleek de pion op d4 gepend te staan. Helaas had slaan een belangrijk nadeel: de toren op f8 bleek te weinig bewegingsvrijheid te hebben.
Zwart kreeg actief spel in ruil voor het materiële overwicht, maar wit verdedigde secuur. Systematisch werden alle zwarte initiatiefpogingen ontzenuwd en nam wit het initiatief over. Toen zwart in de verwikkelingen ook nog een stuk verloor, was het gauw afgelopen.
1-0
 
Henk van der Tol - Shotaro de Niet
 
In een normaal rustige openingsvariant besloot zwart het op scherp te spelen. Hiermee kreeg hij een geïsoleerde damepion, wat voor de aanval goed kan zijn. Wit wist echter een paard en een loper te ruilen, waarmee de pion een zekere zwakte begon te vertonen. Zwart besloot de pion te offeren voor actief spel. In eerste instantie leek zwart gelijk te krijgen: zijn stukken zijn allemaal ontwikkeld terwijl er nog drie witte stukken niets staan te doen.
Nadat de dames van het bord waren en zwart zijn lichte stukken voor de witte actieve toren geruild had, moesten zijn torens de doorslag gaan geven. Wit wist zich echter onder de druk vandaan te wurmen en kreeg een actief en waarschijnlijk gewonnen eindspel. Echter, door een onnauwkeurigheid in tijdnood kreeg zwart zijn twee stukken terug in ruil voor een toren. Het resterende toreneindspel is lastig te beoordelen, maar aan het eind van de avond trok zwart toch aan het langste eind.
0-1
 
Bart van Strien - Atze Metz
 
De laatste partij van de avond die nog bezig was.
In een opstelling met pionnen op d4 en c4 en een loper op g2 van wit (de Catalaanse opstelling) werd het centrum vrij vroeg geopend. Dat leverde voor wit druk op de damevleugel op. Toen zwart op koningsaanval wilde spelen met de dame op h5, pareerde wit dit creatief met Db3-b5. Zwart wist het loperpaar te bemachtigen, maar zijn eigen lopers stonden op c8 en d8 tegenover de witte cavalerie op b5 en d5. Het leek hierdoor alsof zwart op zet 20 zonder dames opnieuw aan de ontwikkeling moest beginnen.
Zwart wist een toren te bemachtigen voor een van zijn lopers, maar het actieve spel van wit woog hier ruimschoots tegenop zodat zwart uiteindelijk genoodzaakt was de kwaliteit terug te geven. Zwart keeg tegenspel, maar wit stond nog steeds beter, zeker toen hij ook de pion op a5 kon consumeren. In het resterende eindspel van toren en paard voor wit tegen toren en loper voor zwart kreeg zwart kansen tegen de witte koning. In hoge tijdnood liet zwart het echter na om een geforceerde remise te pakken en gaf zijn loper voor enkele pionnen. Wit had nog steeds een paard en een gevaarlijke vrije a-pion. Maar onder enorme tijdsdruk en een aantal sluw opgezette vallen was het uiteindelijk zwart die met de winst naar huis ging.
0-1
 
 

Michael - Jelle

De clash Michael vs Jelle voor de 2de keer in 4 weken begint met een rustige d4-d5 opzet en een semi Slavisch  van Michael die zijn repertoire heeft uitgebreid naar 1 d4. Jelle goed uit de opening, na wat onnauwkeurigheden  van  wit trok Jelle een duidelijk voordeel van 0,75 (na zet 16 van wit) naar zich toe. Jelle trok dit voordeel door met actief en nauwkeurig spel en wit kwam steeds minder te staan zelfs op -1,33 (voor degene die dat getal niet helemaal snappen zegt de computer dat Jelle al 1 1/3 pion voorstaat stellingtechnisch).  Niet heel fijn voor Jan als we dat visueel nog gaan laten zien maar het begrip is er.

Jelle lijkt het over de streep te trekken maar na  wat onnauwkeurigheden  van zwart ( o.a. 20…. Dc5) staat wint ineens weer prima.  Na 24…Da3 staat Michael zelfs weer +1,5 omdat de zwarte stukken elkaar een beetje kwijt zijn en wit toch wel een aanval heeft gevonden.  Michael zet de aanval goed door, maar Jelle vind een sterk kwaliteitsoffer waarna al de goede bedoelingen van wit zijn verdwenen en het weer ongeveer gelijk staat.  Nu komt Jelle terug in de partij  na Pf4! (Was wel lekker geeft Jelle aan).

 Partij na 31….Pf4

 Dd7 als antwoord is ongeveer gelijk, met wel een puinhoop als gevolg op het bord.

 Partij na 32.Dd7-Pxe2 33.Txg6+ -Kh8 34 Dxb7

 Maar Dg3 gespeeld en dat was niet de beste, want daarna wist Jelle in een stelling van +13 de partij snel af te ronden.

Kortom na een wisselende partij met kansen aan beide kanten en een pijnlijke blunder neemt Jelle een lekker punt mee terug naar het Oranjeplein

Dank Jelle voor het doorsturen van de partij.

 

 Edwin – Valérie

Ed speelde ook weer  ‘s een potje intern en kreeg met  Valérie   Frans tegen zich. Met  zet 7. -..De7+ geeft  Valérie Ed gelijk de nodige problemen. Naar mijn idee gaf Ld3 na Le2 de nodige aanwezigheid van de zwarte stukken in de witte stelling.

Na wat geworstel in het middenspel, stond Valérie in de eindstelling iets beter. Verklaart Edwin. Met dit in het achterhoofd en  Valérie die constant aan het verdedigen was, bood Edwin remise aan.  Waarna  Valérie besloot de strijdbijl te begraven.

 

Peter Ketting - Joanna van Schaïk

In een Colle-achtig systeem kreeg Peter La6 tegen zich en liet zijn sterke witte loper afruilen. Joanna verklaart  zet 5..- La6 "Ja die deed ik gewoon om te kijken of hij mij liet afruilen en hij liet het toe haha.” Wie niet waagt wie niet wint zeg ik dan maar. Geen diepteplan, geen lange termijn plan maar gewoon proberen,  soms is het schaken ook zo makkelijk

Joanne won doordat Peter niet doorhad dat zijn toren overbelast was en Joanna tructe hem en won een toren waarna Peter aangaf dat het niet zijn fout was dat hij verloor maar de schuld van zijn opponent.

 

 Atze- Frans

Atze verklaart zet 20 "ik ga er doorheen als een mes door de boter  tot nog toe” , zelf weet hij niet wanneer zijn blunder komt. Spannend. Atze dacht dat Bayer München 4-0 zou winnen van AFC Ajax. Gelukkig voor Atze had hij gelijk over zijn partij en won hij van Frans en had hij ongelijk over Ajax die Bayern liet wegkomen met een gelijkspelletje

Vind u het leuk als uw partij van een beetje commentaar wordt voorzien, dan ontvang ik graag een foto van uw partij op 0610371121, heeft u klachten over de verslagen dan is dat nummer niet bereikbaar.