Verslagen
Het Tata Steel Chess Tournament in Wijk aan Zee is aan de laatste week begonnen. De Nederlanders doen het in de hoogste groepen nog altijd uitstekend, en Giri houdt perspectieven op de eindzege. Opvallend is dat relatief veel partijen op het hoogste niveau door zwart gewonnen worden. Er werd al gegrapt dat zwart het nieuwe wit is, maar dat is uiteraard onzin. Wit is gewoon niet meer wat het geweest is. Of mag je dat tegenwoordig ook al niet meer zeggen?
Het heeft er alle schijn van dat ze bij Tata Steel hebben afgekeken van onze interne competitie, want jullie verslaggever merkt dat er de laatste weken in de interne competitie veel partijen in 0-1 eindigen. Vorige week waren dit er 6 van de 12, met 5 partijen die in remise eindigden. En ook deze week was zwart weer beduidend in het voordeel.
 
Roelof van Marle - Hans Jan van Kralingen
 In deze partij werd bewezen dat de reputatie van een openingsopzet niets hoeft te betekenen voor het spelverloop. De openingsopzet was zeer rustig, met beiderzijds harmonieuze ontwikkeling en geen aantoonbare zwaktes. Zwart kreeg echter al vroeg in de partij de gelegenheid om de loper op b3 voor een paard te ruilen, waardoor zwart langdurig van het loperpaar kon genieten. Wit liet zich daarna verleiden om op de aanval te spelen, maar het was eveneens zwart die hiervan wist te profiteren. Na een stukoffer leek wit wat tegenspel te krijgen, maar de open h-lijn kwam uitgerekend zwart goed uit. De tegenaanval die met een fraai loperoffer op h3 werd ingeluid, stond zo hoog op de Schaal van Beaufort dat van wits koningsstelling al spoedig niets meer overbleef.  0-1
  
Peter Ketting - Tomás Gallardo Bañez 
In deze opening zette wit eerst een bolwerk op de zwarte velden neer. Dit werkte zeer goed bij het inperken van de activiteit van zwarts koningsloper, die op de lange diagonaal tegen een blok beton aan zat te kijken. Wit trok tevens ten aanval op de koningsvleugel met een snel opspelen van de h-pion. Zwart had met h7-h5 een sterke horde opgeworpen. De tijd die wit nodig had voor het opruimen van deze blokkade gebruikte zwart om met c7-c5 een tegenactie tegen het witte centrum op touw te zetten. Toen wit na verloop van tijd lang gerokeerd had, hing een interessante tweefrontenoorlog in de lucht, waarin de speler die het eerst komt ook vaak het eerst maalt. De witte aanval op zwarts koningsstelling liep dood doordat zwart zich sterk verdedigde. Daarna was het de beurt aan het zwarte offensief. Zwart kreeg het voor elkaar om materiaal te winnen, waarna de witspeler zich gewonnen gaf. 0-1
 
 Joanna van Schaïk - Doeke Huitema
In deze partij kreeg wit een halfopen c-lijn en pionnen op d4 en e3 tegen een halfopen e-lijn met pionnen op d5 en c6 voor zwart. Aangewezen was voor wit om op de damevleugel te spelen, terwijl zwart moest proberen op de koningsvleugel ten strijde te trekken. Wit mat zich echter een ander plan aan en speelde met de loper op g5 en het paard op e5 op aanval op de koningsvleugel. Zwart wist het paard op e4 te zetten en dwong wit hierdoor om enkele stukken te ruilen. Wit bleef echter ambities op de koningsvleugel najagen en wilde met f2-f4 de aanval nieuw leven inblazen. Dit had echter tot gevolg dat er gaten tussen de linies vielen: naast de pion op e3 werden ook alle witte velden op de koningsvleugel en in het centrum chronisch verzwakt. Zwart maakte hier handig gebruik van en won materiaal. Wit bleef echter op aanval duwen, maar ging toch strijdend ten onder toen zwart na afdoende verdediging met de toren over de e-lijn binnen kwam. 0-1
  
Rob van Helvoort - Alexander Cupido  
Wit stelde zich rustig op met druk op de witte centrumvelden middels een pion op c4, een loper op g2 en een paard op c3. Zwart drukte in de tussentijd met een gespiegelde opstelling tegen de zwarte centrumvelden. Het karakter van de stelling werd veranderd toen wit een paard op d5 zette en zwart dit afruilde, waardoor wit meer ruimte had verkregen. Zwart had echter nog voldoende tegenspel in de actief opgestelde stukken richting de damevleugel, alsmede minimaal gelijke kansen over de c-lijn. Wit besloot het ruimtevoordeel in te zetten om een aanval op te bouwen. Met f2-f4 legde wit een sterke kaart op tafel. Maar ook op de koningsvleugel had zwart genoeg tegenspel met Pg4, waarmee zwart de belangrijke witte loper op e3 dreigde te ruilen. Het getouwtrek om aanvalskansen op de koningsvleugel resulteerde in zetherhaling en dus remise. ½-½
  
Hans Hulshof - Michaël van Liempt
In deze partij ruilde wit al vroeg een loper voor het paard op f6. Hierdoor kreeg wit wat ruimtevoordeel en mogelijkheden om het centrum met de pionzet e4 te versterken. Zwart had in de tussentijd het loperpaar verkregen en had ook na dameruil nog legio mogelijkheden om de stelling te compliceren. Met een enthousiast f7-f5 en c6-c5 wist zwart een pion te bemachtigen, die niet zonder meer teruggeslagen kon worden. Maar de positionele schade die zwart met dit roekeloze spel aan zijn eigen stelling had toegebracht, was enorm: de communicatie tussen de zwarte stukken was ver te zoeken, wit kon een paard op het prachtige centrumveld e5 handhaven, en wit had een pionnenmeerderheid op de damevleugel. Bovendien ging de zwarte pion op d4 nergens heen en kon wit de pion consumeren op elk gewenst moment. Op het moment dat de stelling het meest complex geworden was, bood zwart dan ook remise aan. Dit werd door een steeds verder teruglopende witte klok geaccepteerd, maar beide partijen waren het erover eens dat zwart eigenlijk voor de bijl had moeten gaan. ½-½
 
 Bauke Hoogland - Roel Leezer
 In deze partij ontstond een symmetrische stelling met tal van mogelijkheden aan twee kanten om de situatie in het centrum te wijzigen. Zwart koos ervoor met Lxc3 de witte c-pion te verdubbelen met de bedoeling om later de druk op deze pionnen op te voeren. Wit wilde de loper op b7 insluiten met d4-d5, maar deed hiermee de concessie dat alle rek uit de witte pionstructuur verdween en de twee c-pionnen naar hartenlust konden worden aangevallen. Met La6 en Pa5 werd de druk op c4 opgehoogd. Toen zwart daarna ook nog met het andere paard op e5 wist te komen, was de pion ten dode opgeschreven. Echter overzag zwart in een fractie van een seconde een penning, waar wit dankbaar gebruik van kon maken en een toren mee mocht nemen. Daarna was het direct afgelopen. 1-0
  
Thomas de Ruiter - Peter Gaemers
Wit pakte in deze partij al in een vroeg stadium veel ruimte in het centrum met pionnen op d4, e4 en f4. Zwart veranderde de situatie in het centrum met een vroeg d5 en speelde de h-pion door naar h4. Nadat enkele stukken geruild werden, bezette zwart de open gekomen h-lijn met een toren. Wit kreeg hiervoor een open g-lijn tegen de zwarte koning en wist met de zet f4-f5! de zwarte stelling onder vuur te nemen. Zwart moest aan de noodrem trekken, en na een grootschalige afwikkeling hield wit een pion meer over. Met twee torens en een loper tegen twee torens en een paard bleek de pluspion machtig genoeg om het zwarte paard op te halen, en ook na verdere afwikkelingen bleef wit met een stuk meer zitten. Doordat er nog pionnen aanwezig waren, was dit stuk meer voldoende voor de winst. 1-0
 
Bas van der Berg - Jerrel Thakoerdien 
Zwart tastte de witte centrumstelling aan met c7-c5, waarna wit besloot om met d4-d5 de ruimte in het centrum te pakken. Wit liet na om de zwarte loper met h2-h3 in te perken, zodat deze zich tegen een paard kon ruilen. Zwart kreeg hierdoor iets meer ademruimte en kon iets ondernemen op de damevleugel. Wit wilde in de tussentijd op de koningsvleugel iets ondernemen, maar werd al snel genoodzaakt om op de damevleugel in actie te komen. Nadat zwart met breekzet b5 in de stelling had gegooid, kwam de a-lijn open voor de witte toren. Wit verdubbelde de torens op de a-lijn en nam de pion op d6 onder schot. Zwart bood zijn dame aan tegen twee witte torens, een ruil die wit zich niet kon veroorloven. De situatie op de damevleugel bleef enorm complex, en na verloop van tijd kreeg zwart het voor elkaar om een kwaliteit te winnen. De pionnen die wit ter compensatie had, werden een voor een geneutraliseerd. De binnenkomst van de zwarte dame betekende dat er voor wit weinig anders op zat dan capitulatie. 0-1
 
Folmer Heikamp - Erik van Dop
Wit, die vanavond voor het eerst op de vereniging was, bood in een vroeg stadium al een paardenruil op c3 aan. Weliswaar werd hierdoor de witte pionstructuur iets verslechterd, maar er ontstonden voor wit twee aantrekkelijke open centrumlijnen en een gemakkelijke ontwikkeling van de witte lopers tegenover. Bovendien kon de extra c-pion een extra borstplaat voor de witte koningsstelling betekenen indien wit ervoor zou kiezen om lang te rokeren. Hoewel in dit systeem wit meestal lang rokeert en zwart kort, was het ditmaal andersom. Dit resulteerde in een interessant middenspel waarin de voor- en nadelen van de ruil op c3 heel anders uitvielen. Na ruil van enkele stukken wist wit de pion op f7 te consumeren. Het loperpaar zou compensatie moeten bieden, maar al zwarts stukken stonden nog op de onderste rij. De ruil van een licht stuk en een paar torens verkleinde de betekenis van dit stellingsprobleem, maar zorgde er tevens voor dat de witte pluspion ook van grotere betekenis dreigde te worden. Zwart wist echter de stelling aanzienlijk te compliceren, en maakte gebruik van de afwezigheid van zijn f-pion door de zware stukken op de f-lijn te verdubbelen. Toen de stofwolken opgetrokken waren, was er een gelijk lopereindspel ontstaan dat twee kanten op kon gaan. Ook in de analyse kwamen we er niet uit wie nou uiteindelijk de beste kansen had, maar aan het eind van de partij trok zwart aan het langste eind. 0-1
 
Timo van Peursen - Henk van der Tol
Wit stelde een rustig bouwwerk op de zwarte centrumvelden op en kwam op een zorgvuldig voorbereid moment met de centrumdoorbraak e3-e4. Na ruil op e4 had wit een ruimtelijk voordeel. Zwart moest een plan verzinnen om het witte ruimtelijke voordeel teniet te doen. Het leek er lange tijd op dat zwart dit met e6-e5 wilde aanpakken, maar uiteindelijk koos zwart ervoor om met f7-f5 tegenspel te zoeken. Dit was een verplichtende zet die de pion op e6 langdurig verzwakte, waar wit met Lb3 en Pg5 sterk op drukte. Zwart was genoodzaakt een passieve stelling in te nemen, en de ruil van de witveldige loper tegen het witte paard op f3 zorgde ervoor dat wit met Dh5 aan koningsaanval kon denken. Zwart zocht heil in het ruilen van enkele lichte stukken en kreeg hierdoor iets meer ademruimte. Wit had echter nog altijd de zwakke pion op e6 om de aandacht op te richten, en de witte zet d4-d5 leek de kroon op het werk. Maar zwart wist de dames te ruilen en kreeg steeds meer tegenspel. Toen de witte d-pion in de verwikkelingen verloren ging en zwart het initiatief inmiddels overgenomen had, werd de zwarte strijdlust beloond met de winst van een stuk en kort erna ook de partij. 0-1
 
Hans Knigge - Jan Kommer 
Zwart pakte in deze partij onmiddellijk het weinig ambitieuze witte centrumspel aan met een vroeg d7-d5. Hierdoor werd wit gedwongen om de centrumformatie ingrijpend te veranderen op een manier die voor zwart goed uitkwam. Wit had er veel tijd voor nodig om de pionnen op d4, e5 en f4 te zetten, en zwart was er als de kippen bij om dit witte centrum nog verder aan te tasten met de twee principiële breekzetten c7-c5 en f7-f6. Wit liet ruil op e5 toe, waardoor de f-lijn open kwam. Wit probeerde spel te zoeken op de damevleugel, maar speelde de a-pion zo ver door dat er geen doorkomen meer aan was. Dit was mede te danken aan de ijzersterke opstelling van het zwarte paard op c4, dat niet zonder meer van het bord kon verdwijnen. Intussen stonden de zwarte stukken klaar om op de koningsvleugel in te grijpen, waarvoor de gelegenheid mede mogelijk gemaakt was door de inmiddels werkloze opstelling van vrijwel al wits stukken op de damevleugel. Zwart kon straffeloos de witte pion op f2 soldaat maken en bleef aanvankelijk fraaie aanvalskansen hebben. Maar wit wist van een aantal kleine onnauwkeurigheden in de zwarte aanvalsvoering gebruik te maken om het initiatief over te nemen, waarna de kansen keerden. Een goede vechtpartij van beide spelers, maar uiteindelijk trok wit dus toch aan het langste eind. 1-0
 
Atze Metz - Marco de Groot
Wit stelde een stevig bolwerk op de witte velden op, met pionnen op f3, e4, d5 en c4. Zwart had hiertegenover pionnen op e5, d6 en c5 gezet, zodat het centrum muurvast stond. Het zwarte paard op a5 stond ietwat verdwaald, maar er ging genoeg dreiging van het beestje uit om wit ertoe over te halen om niet lang te rokeren. Na wat getouwtrek werd het paard tegen een witte tegenhanger geruild, waarna wits ruimtelijk voordeel nog altijd zichtbaar was. Na een vroegtijdige ruil van de dames kreeg zwart het andere paard op f4 en opende met b7-b5xc4 de b-lijn voor de torens. Dit speelde echter niet zwart maar wit in de kaart, die meer initiatief kreeg tijdens dit middenspel zonder dames doordat zowel de loper als het paard over het stopveld c4 konden beschikken. Zwart probeerde de stelling te vereenvoudigen, waardoor het moeilijker zou zijn voor wit om het eindspelvoordeel te realiseren. Wit kreeg de gelegenheid om de pion op d6 onschadelijk te maken, waarna pion e5 ook ten dode opgeschreven was. In het diepe eindspel ging wit ietwat onhandig met de verbonden vrije centrumpionnen om, waardoor zwart de kans kreeg om de stelling in evenwicht te brengen. Maar dankzij een vreemde verwikkeling onder invloed van groeiende tijdnood overzag zwart een kleinigheidje, waardoor wit toch nog een stuk en de partij wist te winnen. 1-0
  
Michaël van Liempt
 
 

Je hebt geen rechten om te reageren